Jeroen van Merwijk (Esta “Nest” 2009)

 

We kwamen voor mijn ouders altijd op de eerste plaats. En zo moet het ook! Daarom heb ik die behoefte nooit gevoeld; Niesje en ik zouden met kinderen een totaal ander leven moeten leiden, terwijl dit ons zo bevalt. Zij is de technicus van mijn theatershows dus we toeren steeds een half jaar samen door het land. De andere helft zijn we in ons huisje in Frankrijk, waar mijn atelier is. We kennen elkaar door en door en toch blijven we elkaar verbazen. Niesje is langzaam, ik snel. Ik ben een ochtendmens, zij kan de hele nacht sterren kijken. Ik mag me van haar verliezen in het schilderen, al ben ik dan geestelijk onbereikbaar. Mijn vader had dat ook. Hij had een zware baan, was er vanaf vijf uur voor ons, maar werkte ’s nachts aan zijn gedichten en tekeningen. Mijn moeder liet hem begaan, hij uitte zijn liefde anders, zei bijvoorbeeld: “Riet, ga maar wat moois voor jezelf kopen”. Ze hadden samen altijd lol. Wij ook. Soms, als ik dagenlang tien, twaalf uur in mijn atelier heb gezeten zeg ik: “Niesje, we gaan”. Dan huren we een paar nachten een hotelletje. Daarna werk ik weer aan mijn twee oeuvres: mijn teksten en mijn schilderijen.

Schilderen doe ik voor mijn plezier, het is het domein van de vrijheid, hoewel… Ik ben nu in mijn eentje ‘de groep Malfet’ omdat ik drie zalen van een expositieruimte wilde gebruiken, wat alleen mocht als ik of dood, of een groep was. Onzin-regeltjes! Ik kan zoveel om me heen niet kan bevatten; hoe mensen met elkaar omgaan, wat ze vertellen. Toneel is mijn redding, geeft me wat grip op de wereld. Ik heb een deal met het publiek. In ruil voor hun geld mag ik een half jaar verklaringen zoeken voor wat ik niet snap en hen daarna mijn andere kijk op ‘gewone dingen’ laten zien. Over elke zin is nagedacht, al lijkt het alsof ik maar wat roep. Dat is die Katholieke invloed: gooi eens een balletje op, het hoeft niet waar te wezen en ondertussen is iedereen wakker. Ik ben nog altijd kwetsbaar, maar zodra ik de coulissen uitloop neem ik een rol aan. De Jeroen van Merwijk die de mensen dan zien mogen ze een klootzak vinden. Het is één uitvergroot stukje van mij. Daarom voelt toneel veilig.

Het duurde lang voor ik mijn plek vond. Ik vermoedde altijd dat mijn leven niet standaard zou worden, vond mezelf snuggerder dan alle anderen en dacht dat ik een prins was die toevallig in dit gezin terecht was gekomen. Idioot, want alleen Vincent was met zijn interesse in natuurkunde anders. De rest discussieerde, wist het allemaal beter. Het was in onze familie bijna onmogelijk om geen onderwijzer of kunstenaar te worden. Negen van mijn ooms waren onderwijzer, conrector of hoofd van school. Alleen mijn vaders oudste broer ging, heel vooruitstrevend, naar de kunstacademie en hoewel mijn vader ook wilde, vond opa één wel genoeg.

 

Lees verder op de volgende pagina.

» kies een pagina: 1 2 3 4