Esta “nest”, interview Fleur Agema

Op de havo was ik daardoor baldadig, één leraar werd zelfs wanhopig van me. We moesten ons boek kaften en dat had ik gedaan, met plakfolie. Extra stevig, maar hij nam het boek in “omdat het niet zo moest”. Hij wilde papier. Ik stapte naar de conrector en legde uit dat hij geen argumenten had en ik bovendien niet kon leren zonder boek. Ik kreeg gelijk. Bij de diploma-uitreiking complimenteerde diezelfde leraar mijn vader met “zijn bijdehante Fleur”. ‘Oh, dat kennen we wel’, zeiden mijn ouders trots.

 

Ze staan nog steeds achter me. Ik  voel me altijd veilig en als ik iets niet uit mezelf vertel, vragen ze het wel. Het is geen vriendschap; ik heb veel lieve vrienden, maar ik heb één moeder en één vader. Ouders zijn bezorgder. Als ik laat bij hen vertrek, bel ik als ik thuis ben. Tegelijk hebben ze er altijd op vertrouwd dat mijn broer en ik niet in zeven sloten tegelijk liepen. Ik kreeg veel meer vrijheid dan vriendinnetjes. Vanaf mijn achtste runden mijn ouders samen hun café. Vóór die tijd was mijn moeder altijd thuis. Ik zat met mijn kindernaaimachientje naast haar terwijl ze allemaal verschillende jurkjes naaide die ze aan boetiekjes verkocht. Op zondag knutselde ik met zelfgezochte schepjes of ik ging, in mijn mooie jurkje, voetballen met mijn broer. Als ik dan helemaal vies thuis kwam moesten mijn ouders lachen. De hele zomervakantie hadden we met twee ooms en tantes, een nichtje en “opi en omi”, dolle pret op de camping. Mijn vader was toen vertegenwoordiger. Na zijn werk kwam hij ook. We speelden in het bos, maakten vliegers als het regende en iedereen deed mee. Ik dacht dat alle families zo levendig waren. In het café kon ook altijd alles. Vaste klanten waarvan de familie verder weg woonde, vierden oudjaar met ons. Een groot beeldscherm voor EK 88? Natuurlijk! Omdat ik zelf tien jaar voetbalde vond ik dat prachtig. Ik ben nog steeds een teamplayer, ook in de politiek. Samen op het doel af en doorgaan, daar geniet ik van.

» kies een pagina: 1 2 3