AD Weekend: bedrijfsuitjes

Mariëlle Heijltjes is directeur van Universiteit Maastricht Business School, dat onder andere topmanagement-teams traint. Ze onderzoekt hoe je deze teams beter kunt laten functioneren en ontdekte een aantal voorwaarden voor het leereffect van bedrijfuitjes. “Allereerst moet je weten hoe het komt dat iets niet naar wens gaat. Dan formuleer je je doel. Vervolgens”, zegt Heijltjes, “moet je de deur uit, uit de gewone werksituatie stappen. De baas doet moet meedoen, hij heeft óók een rol in het team. Hij moet een uitje kiezen dat zijn personeel leuk vindt, want vindt je iets prettig, dan leer je meer. Natuurlijk moeten de praktische dingen geregeld zijn: eten, skelters, enzovoort. Dat geldt allemaal voor elk uitje, maar wil je mensen écht iets leren, dan moet er vrij individueel begeleid worden en moet je de link leggen naar ‘het echte werk’. En tenslotte: het uitje is maar één moment van het leertraject. Als je op de werkvloer niets dóét met wat je hebt geleerd, was het ongetwijfeld een fijne dag, maar is er geen rendement op langere termijn.” Eigenlijk gaat het niet zo om wát je doet, zegt Heijltjes, maar om hoe je het doet. “Spreek je mensen tijdens hun gewone werk aan op wat ze doen, dan is het ‘ja maar’ en vertellen ze precies waarom het hier, nu, niet anders kan. Een uitje kan dat doorbreken. Of je nu schapen drijft of absurde toneelstukjes maakt, je móét wel kijken naar je eigen rol. Stel je bijvoorbeeld tien man voor, in een bos. De opdracht: maak een touwbrug tussen twee bomen. Ze krijgen de veiligheidsvoorschriften uitgelegd en verder moeten ze maar zien. Vanzelf ontstaat er een leider die vertelt hoe het moet, maar na twee keer proberen is er nog geen brug en dan vraagt de begeleider van het evenementen- of trainingsbureau: ‘Wat gebeurt hier eigenlijk?’ Iemand heeft op scouting gezeten, weet precies hoe je knopen maakt. Waarom deed die zijn mond niet open? Als de begeleider goed doorvraagt, ontdekt ieder teamlid hoe hij zich hier gedraagt en waarom. De één denkt dat hij te weinig weet, de ander klapt dicht als iemand de lakens uitdeelt en de volgende regelt te veel uit angst dat het niet lukt. Op dat moment kun je vragen: hoe uit zich dat op de werkvloer? En wat kun je daar, zelf en samen, aan veranderen?”

De begeleider moet dus veel kunnen: groepsprocessen overzien, benoemen wat hij ziet en verschillende leerstijlen herkennen… De grens tussen training en uitje vervaagt. Volgens Heiltjes duurt een training meerdere dagen. Raymond van Driel, directeur en trainer van F-Act Training & Coaching, vult aan: “Bij leerzame ligt uitjes de nadruk meer op fun. Bij een trainingsdag zijn de groepen nog kleiner, wordt nog sterker ingegaan op individuele vaardigheden en nog nadrukkelijker naar het werk teruggekoppeld.” F-Act verzorgt regelmatig op verzoek een gezellige én leerzame dag, waarop uiteenlopende oefeningen afgewisseld worden met discussie. Zo voelde een veertienkoppig managementteam van een consultancybureau een hoge werkdruk en wilden zij beter met elkaar communiceren. Van Driel: “Uit het voorgesprek bleek dat het onderling niet vertrouwd voelde en er eigenlijk geen fouten gemaakt mochten worden. Alles moest meteen perfect. We zijn aan de slag gegaan met een reeks speelse, intense oefeningen die ervoor zorgden dat ze elkaar op een andere, positieve manier gingen zien. Zo deden we bijvoorbeeld, in een kring, een ludieke rondklap-oefening. Het ritme werd steeds

» kies een pagina: 1 2 3 4 5